Wanneer reguliere incassotrajecten stranden en een onwillige debiteur zich doof houdt voor sommaties, staan veel schuldeisers voor een lastige keuze. Een civiele bodemprocedure is grondig, maar vaak tijdrovend en kostbaar. In de gereedschapskist van de zakelijke incasso bevindt zich echter een uiterst zwaar instrument: het indienen van een faillissementsrekest. Dit is niet slechts een verzoek aan de rechtbank, maar een buitengewoon krachtig pressiemiddel om betaling van uw openstaande facturen af te dwingen.
De dreiging van een naderend faillissement creëert een acute urgentie in de bestuurskamer van uw debiteur. Toch is deze strategie een tweesnijdend zwaard. Kennis van het juridische kader is essentieel om te voorkomen dat u als schuldeiser uiteindelijk met lege handen achterblijft.
De juridische vereisten: Pluraliteit van schuldeisers
De wetgever stelt strenge eisen aan een faillissementsaanvraag. Het uitgangspunt is dat de debiteur moet verkeren in de toestand "dat hij heeft opgehouden te betalen". Om dit juridisch aan te tonen, is er in Nederland de eis van pluraliteit van schuldeisers. U kunt een bedrijf niet op eigen houtje failliet laten verklaren; u heeft minimaal één 'steunvordering' nodig.
Dit betekent dat er naast uw eigen vordering, nog ten minste één andere schuldeiser moet zijn die eveneens niet betaald wordt door de debiteur. Deze steunvordering hoeft niet van dezelfde omvang te zijn en mag zelfs betrekking hebben op de Belastingdienst of een pensioenfonds. Zodra we een steunvordering hebben geïdentificeerd, kan het faillissementsrekest bij de rechtbank worden ingediend.
De strategische dynamiek: Druk op de ketel
Het indienen van de aanvraag zet een reeks gebeurtenissen in gang. De debiteur ontvangt een oproeping voor de faillissementszitting. Vanaf dat moment is de realiteit onontkoombaar: als de factuur niet voor of tijdens de zitting wordt voldaan, spreekt de rechter het faillissement uit. Het bestuur verliest dan onmiddellijk de zeggenschap over de onderneming aan de curator.
In de praktijk zien we dat debiteuren, die voorheen structureel onbereikbaar waren, plotseling de middelen vinden om te betalen. Vaak wordt er vlak voor de zitting – letterlijk op de gang van de rechtbank – alsnog voldaan aan de vordering, of wordt er een waterdichte betalingsregeling vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Zodra uw vordering is voldaan, trekt u de aanvraag eenvoudig in.
De keerzijde: Het risico van een daadwerkelijk faillissement
De strategie kent één aanzienlijk risico: wat als de debiteur daadwerkelijk failliet gaat omdat de middelen domweg ontbreken? In een faillissement wordt het aanwezige vermogen geliquideerd en verdeeld door de curator. Hierbij geldt een strikte wettelijke rangorde.
Als reguliere B2B-leverancier bent u vrijwel altijd een 'concurrente' (gewone) schuldeiser. U staat achter in de rij. De Belastingdienst, het UWV, en banken met een pand- of hypotheekrecht (preferente schuldeisers) krijgen eerst betaald. De harde realiteit is dat er in veel faillissementen voor de concurrente schuldeisers geen uitkering meer resteert. Uw factuur moet dan definitief worden afgeschreven.
Mijn strategisch advies
De inzet van een faillissementsaanvraag vereist een zorgvuldige, tactische afweging. Weet u dat de debiteur wel kán betalen, maar gewoon weigert (bijvoorbeeld vanwege een intern liquiditeitsbeleid of onenigheid)? Dan is dit instrument ongekend effectief. Vermoedt u echter dat de debiteur volledig leeg is, dan jagen we u enkel op onnodige proceskosten.
Voordat we deze stap zetten, analyseer ik het verhaalsrisico en de positie van uw debiteur. Indien de signalen groen zijn, bereiden we het rekest voor, identificeren we een steunvordering en zetten we de debiteur op gecontroleerde en uiterst effectieve wijze schaakmat.